AVE CAESAR
| Auteur | Wolfgang Riedesser |
| Uitgever | Ravensburger |
| Aantal spelers | 3 tot 6 |
| Spelduur | 1 uur |
| Bouwjaar | 2006 |
| Prijs | 29€ |
| Recensie door | Vandenbogaerde Fabrice |
| Score | 7.3/10 |
| Links | Ravensburger |


De speldoos bevat een dubbelzijdig spelbord, 6 paardenspannen, 6 munten en 144 kaarten (24 per kleur).
Lekker ouderwets koersen met de paarden in de arena van Circus Maximus.
Elke speler krijgt een paardenspan, een munt en 24 kaarten in één kleur. Het spelbord wordt in het midden op tafel gelegd.
De spelers schudden hun kaarten en leggen de bovenste kaart open. De speler met het hoogste getal is de startspeler. Hij zet zijn paardenspan op startpositie 1. De speler links van hem zet zijn paardenspan op startpositie 2, enz...
Daarna worden de kaarten terug geschud en nemen de spelers 3 kaarten op handen.
Wie aan de beurt is, moet één kaart spelen en daarna zijn paardenspan evenveel vakjes verplaatsen. Daarna vult hij zijn hand terug aan.
Het spelbord.

Per wedstrijd moet elke wagenmenner één keer een keizerlijke groet brengen. Dit doet hij door zijn paardenspan door de keizerlijke passage te sturen.
De speler die na drie ronden als eerste de eindstreep bereikt, wint en krijgt 6 punten. De andere spelers krijgen respectievelijk 4, 3, 2 en 1 punt. De zesde speler krijgt net als alle spelers die de eindstreep niet hebben bereikt of die Caesar niet hebben gegroet nul punten.
Er worden in totaal 4 races gereden. (In wijzerzin en tegenwijzerzin op de twee zijden van het bord.) De speler met de meeste punten wint.
Avé Caesar werd reeds in 1989 uitgebracht. In die tijd oogde het spel bijzonder omdat het spelmateriaal meer dan degelijk verzorgd werd. Het werd dan ook al vlug een collectors item waarvoor sommige liefhebbers veel geld betaalden. Logisch dus dat er een nieuwe uitgave verscheen. De kwaliteit van het spelmateriaal is heel wat lager, aan het spel zelf is weinig veranderd. (Tot zover de historische feiten.)
Avé Caesar is geen tactische topper maar best wel een spannend racespel.
Binnenbochten zijn korter dan buitenbochten en het al dan niet nemen van de juiste bocht zorgt meestal voor de beslissing in de eindstrijd. Door het handig uitspelen van een kaart slaag je er soms ook in andere spelers te blokkeren. Dit zijn echter zaken die alle spelers vlug doorhebben waardoor alweer de kaarten beslissen over winst of verlies. Liefhebbers van Avé caesar zullen dan argumenteren dat elke speler met dezelfde kaarten speelt, zodat de geluksfactor gering is. Toch ben ik van mening dat het moment waarop je bepaalde kaarten trekt voor een (te) hoge geluksfactor zorgt. Een speler die als laatste start, kan bijna onmogelijk winnen omdat er te veel spelers zijn weg blokkeren bijvoorbeeld.
Afgezien van de aanwezige geluksfactor blijft Avé Caesar toch het spelen waard. Als afsluiter van een spelavond (of als opwarmer) heeft het bij ons in de spellenclub al meer dan zijn dienst bewezen. De spanning en de kans tot pesten (lees anderen blokkeren) zorgen daarvoor. Bij ons komt het dus meer dan eens op tafel.
Mei 2007
| S |